Op 13 maart is de uitvoeringswet AVG aangenomen in de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel regelt de uitvoering van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en vervangt de Wet bescherming persoonsgegevens.  Met deze uitvoeringswet vult Nederland de ruimte in die de AVG biedt om voor bepaalde regels en onderwerpen nationale keuzes te maken. De regering heeft voor een beleidsneutrale uitvoering gekozen. Dat wil zeggen dat als de verordening ruimte laat voor nationale keuzes de bestaande regels (Wbp) zoveel mogelijk ongewijzigd worden overgenomen. Het aansluiten op de huidige Wbp is een voordeel om de overgang van de oude naar de nieuwe situatie zo soepel mogelijk te laten verlopen. Hoe kleiner de verschillen, des te makkelijker de overgang.

Bijzondere persoonsgegevens

Een voorbeeld waarbij Nederland er duidelijk voor kiest om een nationale keuze te maken, is bij het verwerken van bijzondere persoonsgegevens, zoals gegevens over geloof, gezondheid of etnische afkomst. Alle bestaande uitzonderingen op het verbod van het verwerken van deze gegevens zijn om zwaarwegende maatschappelijke belangen opgenomen in de Wbp. Er is geen reden om daarvan af te wijken als de verordening dat toelaat.

Wat regelt de uitvoeringswet nog meer?

Een groot deel van de Uitvoeringswet gaat over de noodzakelijke nieuwe bepalingen voor de nationale toezichthouder. Vooral de op- en inrichting van de Autoriteit Persoonsgegevens komt aan bod. De Uitvoeringswet is een aanvulling op de Verordening. De bepalingen in beide documenten moeten dus steeds beide worden geraadpleegd.

Verwerkingsregister
Daarnaast moeten organisaties die persoonsgegevens verwerken rekening houden met nieuwe, strengere regels. Organisaties moet aantonen dat zij in overeenstemming met de verordening handelen en een register bijhouden van de verwerkingsactiviteiten die plaatsvinden. De specialisten van Power of 4 bieden zorgorganisaties hierbij een hulpmiddel, waarmee je eenvoudig alle wettelijke verplichte informatie vastlegt. Op deze manier kun je aantonen dat de organisatie aan de privacywetgeving voldoet. Dit register is zo ontwikkeld dat het ook geschikt is voor andere privacy compliance activiteiten.

Aangenomen moties

Bij de behandeling van deze uitvoeringswet op 8 maart in de Tweede Kamer zijn zeven moties ingediend. Hiervan is één motie ingetrokken en één verworpen. Eén motie is overgenomen. Dat is de motie waarin de regering wordt gevraagd de Kamer binnen een halfjaar na het inwerking treden van de AVG en de uitvoeringswet te berichten over de ervaringen met een aantal aspecten uit deze wetten. Daarnaast zijn er vier moties aangenomen:

  1. De motie van Koopmans c.s.: Hierin wordt geconstateerd dat de onafhankelijke toezichthouder, de Autoriteit Persoonsgegevens, een voorlichtingstaak en een handhavingstaak heeft. Gezien de vele vragen die nog leven bij onder meer ondernemers wordt de regering gevraagd de Autoriteit Persoonsgegevens er uitdrukkelijk op te wijzen dat zij zich primair behoort te richten op voorlichting en hulp bij de interpretatie en uitvoering van de regelgeving, onverlet haar handhavingstaak voor bewuste schendingen.
  2. Motie van de leden Van der Staaij en Van Toorenburg: Zij vragen de regering de Autoriteit Persoonsgegevens te stimuleren om op zo kort mogelijke termijn met duidelijke richtlijnen voor het toepassen van de normen uit de verordening over de functionaris voor de gegevensbescherming te komen. Ook moet AP waarborgen dat kleinere instellingen en bedrijven worden ontzien. De specialisten van Power of 4 kunnen de rol van functionaris voor de gegevensbescherming (tijdelijk) voor zorgorganisaties vervullen.
  3. Motie van de leden Verhoeven en Van Toorenburg: Zij vragen de regering de leeftijdsgrens in de uitvoeringswet te heroverwegen als het onderzoek van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving naar de willekeurigheid van leeftijdsgrenzen daar aanleiding toe geeft.
  4. Motie van de leden Verhoeven en Van Nispen: Zij vragen de regering voor het einde van 2018 de Kamer te informeren of de Autoriteit Persoonsgegevens voldoende capaciteit en middelen heeft en houdt om haar taken en bevoegdheden goed uit te kunnen oefenen, omdat de Autoriteit Persoonsgegevens de afgelopen jaren door de AVG en andere wet- en regelgeving tal van extra taken en bevoegdheden gekregen heeft.

Hoe nu verder?

De minister van Justitie en Veiligheid moet de aangenomen moties uitvoeren. Daarnaast is het wetsvoorstel naar de Eerste Kamer gestuurd. De Eerste Kamercommissie voor Justitie en Veiligheid (J&V) bespreekt op 20 maart 2018 de procedure. In een procedurevergadering wordt door een Kamercommissie bepaald op welke manier het voorbereidend onderzoek plaatsvindt en hoe de verdere voorbereiding verloopt.

De AVG en de Uitvoeringswet treden op 25 mei 2018 in werking. De huidige Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) wordt dan ingetrokken.